Wat ik vaak hoor is dat het hebben van een pleegkind vast veel voeten in de aarde heeft. Ik zou het wel willen hoor, maar het lijkt me zo’n gedoe. Dat is dan de reden om zich verder niet meer te verdiepen in pleegzorg.
Vraag informatiepakket aan

Peter, 43 jaar, pleegvader Youké

Een collega vroeg me laatst of ik haar iets wilde vertellen over pleegzorg. Ze wilde weten of het iets voor haar was. Uiteraard wilde ik dat doen, maar wat moest ik haar vertellen? Je hebt een kind in huis, tsja, een kind dat in een ander gezin geboren is en dat een andere start in het leven maakte dan je eigen kind. Wat ik vaak hoor is dat het hebben van een pleegkind vast veel voeten in de aarde heeft. “Ik zou het wel willen hoor, maar het lijkt me zo’n gedoe.” Dat is dan de reden om zich verder niet meer te verdiepen in pleegzorg.

Ik zou het wel willen hoor, maar het lijkt me zo’n gedoe.

Weer opnieuw beginnen

Ons pleegkind was bijna twee toen hij bij ons kwam wonen. Toen de pleegouders van het tijdelijke pleeggezin hem een knuffel en een kus gaven en wegreden, moest hij ontzettend hard huilen. En ik van binnen ook. Weer een andere plek. Een andere kamer, andere mensen om je heen. Wat hij bij zich had paste makkelijk in twee weekendtassen; een doos met foto’s, wat speelgoed, kleren en een CD met zijn favoriete liedjes. Een handvol dingen die vertrouwd voelden in een nieuwe vreemde wereld.

In het begin kwam de pleegzorgwerker regelmatig even langs om ons te helpen en dingen uit te leggen. Bijvoorbeeld hoe we onze aandacht kunnen verdelen tussen ons eigen kind – twee jaar ouder – en onze nieuweling. Waar we hem het meest mee helpen en waarmee juist niet. Veel structuur bieden was het devies. Mijn moeder begreep dat wel; rust, reinheid en regelmaat. Niks nieuws onder de zon.

Van die weekendtassen is nog maar weinig over. De foto’s, het CD-tje en de slaapzak waar hij als baby in geslapen heeft, zijn er nog steeds. Toen de slaapzak te klein werd om in te slapen, werd het een soort cape. En nu is het zijn knuffel. “Als ik ooit begraven wordt, dan moet ie mee in de kist”, zei hij een keer. Zijn band met vroeger, zijn oorsprong, blijft hiermee heel tastbaar. Is dat gedoe? Ik vind van niet.

Voldoening

Ik voel me heel rijk dat ik een steentje bij mag dragen aan de opbouw van een normaal leven, in een normaal gezin. Dat ik mag zien hoe hij zich ontplooit van een voorzichtig en verlegen ventje naar een levendig jongetje dat midden in het leven staat. Dat ik mee mag maken hoe het contact met zijn eigen ouders zich ontwikkelt, dat afstand de liefde tussen ouder en kind niet in de weg staat.

Iedere verandering in het leven heeft gevolgen voor wat je kende en wat vertrouwd was. Maar het meeste “gedoe” heeft ons pleegkind zelf meegemaakt. Hij moest alles achterlaten en met alleen de twee weekendtassen opnieuw beginnen. Ik geef het je te doen. Daarbij vallen de veranderingen in ons gezin volledig in het niet. Niks gedoe!